|
Springen Vrouwen
|
| Toelichting foto | Foto |
| Verspringen
vrouwen rond 1930. Waarschijnlijk in het Haagse. De man met gleufhoed en regenjas is C.A.C. Last, in die periode 2e voorzitter van de Haagsche Athletiek Kring. |
![]() |
| Lennep,
24-06-1928, interland West- Duitsland tegen
Nederland. Lien Gisolf wint met 1,55 m. het hoogspringen voor de Duitse Weck met 1,45 m. Op de gedeelde derde plaats komen Bets Dekens, Yvonne Buisma en Horchler (W-D) 1,35 m. Zij moeten barrage springen om de juiste rangvolgorde vast te stellen. Dat gaat niet door omdat de Nederlandse ploeg de trein moet halen. Weiszgerber (W-D) wordt zesde met 1,35 m. De Nederlandse ploeg staat onder leiding van J. Hardeman, Ben Verwaal (trainer) en Dick de Vries. Nederland wint de interland met 48 tegen 42 punten. Lien Gisolf doet voor het eerst mee aan een wedstrijd in Den Haag op 28-8-1927 en springt dan 1,40 m. hoog. Op haar tweede wedstrijd, de interland in Brussel op 3 juni, springt zij een wereldrecord met 1,58 m. |
![]() |
| Amsterdam,
5-08-1928, Olympische Spelen. Lien Gisolf springt met 1,56 m. naar een zilveren medaille, achter de Canadese Ethel Catherwood. Yvonne Buisma springt 1,40 m. in de kwalificatie en haalt in de wedstrijd haar eerste hoogte van 1,45 m. niet. |
![]() |
| Het is niet uitgesloten dat de zilveren medaille van Lien Gisolf heeft geresulteerd in een ritje in deze auto. | ![]() |
| Oegstgeest,
9-09-1928,
dames wedstrijd van Brunhilde op het A.S.C.
terrein. Het is de eerste in Nederland speciaal voor dames georganiseerde wedstrijd, volgens Het Vaderland. Het is ook de eerste keer dat er officiëel met de kogel wordt gestoten door dames. Mej. M. Briejer (Brunhilde, Leiden), hier op de foto, wint het verspringen met 5,24 m. voor mej. S. Dedert (AV Twenthe, Enschede) 5,01 m., mej. G. Hoogendoorn (Nw Brunhilde, Leiden) 4,96 m., mej. E. ter Horst (AV Twenthe) 4,85 m., mej. G. Tonnon (Olympia, Den Haag) 4,82 m. en mej. W. Hamerslag (Hygiea, Den Haag) 4,79 m. Een spannende wedstrijd dus. |
![]() |
| Gouda,
14-07-1929, Interland Nederland tegen West
Duitsland. Lien Gisolf wint het hoogspringen met aanloop met 1,55 m. voor Henny Leeksma 1,45 m. en de Duitse dames I. Rohloff 1,45 m. en L. Weck 1,40 m. Lien Gisolf is NK hoogspringen in 1928, 1929 en 1931. Zij verbetert in 1928 het NR van Wil Hamerslag van 1,395 m. naar 1,582 m. tevens WR. Springt in 1929 1,608 m. en WR en in 1932 1,623 m. en WR. Op de OS van 1928 wint zij zilver. Henny Leeksma is NK hoogspringen in 1932. |
![]() |
| Maastricht 18-08-1929,
Interland Nederland - België. Lien Gisolf springt op deze foto met 1,608 m. een nieuw Wereld Record. De krant Het Vaderland schrijft op maandag: "Aller aandacht concentreert zich bij het hoogspringen met aanloop op mej. Gisolf, die ook nu weder geducht van zich deed spreken. Al spoedig is mej. Tontgans geëlimineerd, daar zij de 1.20 m. niet weet te halen. Mej. Buisma stelt spoedig te leur door reeds op 1.32 m. te sneuvelen. ........ Intussen springt mej. Gisolf rustig door, 1.40, 1.45 en 1.50 m. worden vlot gesprongen.Ook bij den stand van 1.55 m. volgt geen beletsel. Dan volgt eenig gemeet van de officials, de lat wordt opnieuw opgelegd. Een aanloop en de sprong mislukt. Spoedig wordt deze herhaald en nu zeer vlot genomen. Een hartelijk applaus van de aanwezige officials, door het publiek dadelijk overgenomen, welk applaus tot een ovatie aanzwelt als de megafonist bekend maakt dat met een sprong van 1.608 m. mej. Gisolf èn het Nederlandsch èn het wereldrecord heeft verbeterd." |
![]() |
| Oegstgeest,
A.S.C.-terrein,
1-09-1929, NK vrouwen. Rie Briejer bij de verspringbak. Rie wordt Nederlands kampioen met 5, 56 m., een nieuw Nederlands record. Annie de Jong-Zondervan wordt tweede met 5,32 m. Bets ter Horst derde met 5,25 m. Lien Gisolf vierde met 4,61 m. |
![]() |
| Praag,
7-09-1930, derde Vrouwenwereldspelen. Lien Gisolf wordt tweede bij het hoogspringen met 1,57 m. Eerste wordt de Duitse Ellen Braumüller ook met 1,57 m., derde wordt de Duitse Notte met 1,53. De Nederlandse pers spreekt negatief over de Duitse Ellen Braumüller. Gisolf en Braumüller springen beiden 1,56 m. De lat wordt op 1,59 gelegd en de Duitse springt driemaal af, Gisolf tweemaal, maar blesseert zich dan. De Duitse juicht en danst, omdat ze denkt te hebben gewonnen. Volgens de krant Het Vaderland wint de Duitse door loting. Volgens Max Adriani Engels wint de Duitse, omdat er moet worden overgesprongen op lagere hoogte, wat Gisolf natuurlijk niet kan. |
![]() |
| Rijswijk, Te Werve,
26-07-1931, Nederlandse Dames Atletiek
Kampioenschappen. Lien Gisolf (Hygiea, Den Haag) springt 1,55 m. voor Tini Koopmans (Brunhilde, Groningen) 1,50 m. en Henny Leeksma (Hygiea, Den Haag) 1,50 m. De krant Het Vaderland plaatst deze foto en schrijft: "Het blijft jammer, speciaal met het oog op de Olympische Spelen van Los Angeles in 1932, dat men Lien Gisolf den Zweedsch-Amerikaansche stijl niet bijbrengt: met haar Schotschen stijl komt zij beslist niet hooger." |
![]() |
| Los Angeles,
7-08-1932, Olympische Spelen. Lien Gisolf wordt vierde met 1,575 m. Ook bij Lien manifesteert zich het probleem van de lange reis en gebrek aan trainingsmogelijkheden. Aan boord van het schip heeft zij een spierverrekking opgelopen, waar ze tijdens het springen nog steeds last van heeft. Ze begint aarzelend en springt tweemaal af op de aanvangshoogte van 1,55 m. Dan op 1,575 haalt ze de hoogte in haar eerste sprong. Op 1,60 m. springt ze driemaal af. Buitendien heeft het hoogspringen een verdere ontwikkeling doorgemaakt en is de concurrentie gegroeid. De nummers een en twee springen beiden 1,65 m. |
![]() |
| Na de
Spelen van 1932 stopt Lien Gisolf met atletiek.
Atletiek kan haar niet meer bekoren. Ze gaat
hockeyen. Later zal ze zeer laconiek spreken over haar prestaties. Omdat ze nooit echt heeft getraind, vindt ze haar prestaties ook niet geweldig en snapt de ophef daarover ook niet. |
![]() |
| Deventer,
23-07-1933, interland Nederland - België. Tini Koopmans (foto) springt 1,45 m. hoog en wordt tweede achter Henny Leeksma, ook met 1,45 m. Nederland wint de interland met 57 tegen 33 punten. |
![]() |
| Tini
Koopmans, Amsterdam, ca. 1934. Zij is NK hoogspringen in 1933, 1934 en 1935. In 1935 is zij ook NK discuswerpen en in 1936 is zij NK kogelstoten. Begin jaren '50 emigreert Tini Koopmans, inmiddels mevrouw Huygens, naar Australië. |
![]() |
| Amsterdam,
19-8-1933, Nederlandse kampioenschappen. De sprintster Tollien Schuurman neemt op zaterdag ook deel aan het verspringen en wint met 5,27 m. voor de kampioene van de jaren ervoor, Rie Briejer met 5,23 m. en Agaath Doorgeest met 5,08 m. Ook het jaar daarna wint Tollien het verspringen op de NK. Het NR is sinds 1932 in handen van Rie Briejer met 5,57 m. en zal in 1939 worden verbeterd door Fanny Koen naar 5,80 m. Het uitstapje van Tollien naar het verspringen is het zoeken van meer uitdaging. Op de sprintnummers is ze in Nederland onverslaanbaar. Enkele atletiekleiders zien dat uitstapje niet zitten, omdat zij veronderstellen dat het schadelijk kan zijn voor haar sprintprestaties. |
![]() |
| Haarlem,
12-07-1936, finale Prinses Juliana beker. Fanny Koen (ADA) wint het hoogspringen met 1,607 m. De concurrentie springt aanzienlijk minder: J. Brandsma (Gita) 1,45 m.; Loes Mesmann (AVA) 1,45 m.; R. Petersen (ADA) 1,40 m.;Peet Dieben (Brünhilde Leiden) 1,40 m. en G. Visser (AVA) 1,40 m. Op de OS 1936 neemt Fanny deel aan het hoogspringen en wordt met twee andere deelneemsters zesde. Fanny wordt NK hoogspringen in 1936, 1937, 1939, 1940 en van 1946 t/m 1951. In 1943 verbetert zij het NR van Nel van Balen Blanken van 1,64 m. naar 1,71 m. Dit record wordt pas in 1966 verbeterd. |
![]() |
| Terug naar top |